eet vis
Reeks affiches van het Propagandacomité voor een grooter vischverbruik (Collectie NAVIGO Visserijmuseum © www.artinflanders.be, foto Cedric Verhelst).

De culinaire lente is aangebroken in het NAVIGO Visserijmuseum, en dat wil zeggen: vis op ons bord. Visgerechten zijn al eeuwenlang 'vaste kost' op het menu van de Belgen. Zowel aan de kust als in het binnenland werd vis regelmatig geserveerd, niet in het minst omdat de katholieke kalender heel wat vleesarme dagen voorschreef. Vis was op vrijdagen en tijdens vastenperiodes het beste alternatief om toch voldoende eiwitten en vetten binnen te krijgen. Vis werd dus wel degelijk vaak gegeten, maar bij het gewone volk ging dat vooral om de verwerkte versie: gerookt, gedroogd, gezouten en vanaf de late 19e eeuw ook in conserven-vorm. Verse vis bleef echter nog tot en met de eerste helsft van de 20ste eeuw grotendeeld het voorrecht van rijkere burgers in grote steden of aan de kust. 

Om hierin verandering te brengen, lanceerde het Bestuur van het Zeewezen begin jaren 1930 een Propagandacommissie voor een grooter vischverbruik. Het doel: de consumptie van verse zeevis in België de hoogte in stuwen. Ze wilden hiermee zowel een grotere afzetmarkt creëren voor de toegenomen opbrengst van de Belgische zeevisserij, alsook het idee van verse zeevis als een gezonder alternatief voor vlees ingang doen vinden in alle lagen van de Belgische bevolking. De hoge voedingswaarde van vis werd met allerlei studies aangetoond, en deze boodschap werd door middel van posters (zoals je hier kan zien), kookboeken, brochures, kooklessen en voordrachten op een toegankelijke manier gedeeld doorheen het hele land. Verse vis werd in deze periode steeds minder het exclusieve voorrecht van de rijken, en de propagandacommissie zette dan ook specifiek de ‘democratische visgerechten’ in de kijker. Informatie en recepten betreffend ‘luxe-vissoorten’ als tong, zalm en tarbot kwamen dus niet aan bod in hun campagnes, maar onder andere haring, wijting, koolvis, makreel, kabeljauw, rog en rode poon werden voorgesteld als waardige alternatieven. Zelfs een pieterman kon, aldus het Eet Vis-kookboek van de propagandacommissie uit 1953, blijkbaar dienst doen als een ideale vervanger voor tong.

viskookboek
Titelpagina van het viskookboek ‘Eet Vis’ uit 1953, uitgegeven door de Propagandacommissie (Collectie NAVIGO Visserijmuseum).

De toename van de consumptie van verse zeevis vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw, hing uiteindelijk ook samen met de betere bewaartechnieken die voorhanden waren. De opkomst van de koelkast en vervolgens de diepvries in meer en meer Belgische huishoudens vanaf respectievelijk de jaren 1950 en de jaren 1960, bepaalden vanzelfsprekend het nieuwe succes van verse en diepvriesvis. In dezelfde periode verdween bovendien ook de link naar religieuze rituelen als ‘vrijdag visdag’ en de vasten naar de achtergrond. Vis werd vanaf dan aan alledaagse optie.

Bibliografie

  • Lescrauwaet, A.-K.; Parmentier, J.; Pirlet, R. (2018). Vissen in het verleden: 500 jaar Vlaamse zeevisserij. Hannibal: Veurne. ISBN 9789492677464. 237 pp.
  • Niesten, E., Raymaekers, J., Segers, Y. en Woestenborghs, B. (2004). België kookt! De eeuw van Cauderlier, 1830-1930. Leuven, 159 pp.
  • Niesten, E., Raymaekers, J. en Segers, Y. (2002). Kattentongen, ezelsoren en varkenspoten. Onze keuken in de 20ste eeuw. Leuven, 159 pp.
  • (1936). Bestuurlijk Jaarverslag over de Zeevisscherij 1935 = Rapport Administratif sur la Pêche Maritime 1935. Bestuurlijk Jaarverslag over de Zeevisscherij = Rapport Administratif sur la Pêche Maritime. Bestuur van het Zeewezen = Administration de la Marine: Brussel. 52 pp.
  • (1953). Eet vis! Viskookboek. Propagandacommissie voor zeevis: Brussel. 63 pp.
  • (1936). 1e Internationaal Congres van de Zee, Oostende 11, 12, 13 en 14 september 1936: verslagen = 1ier Congrès International de la Mer, Ostende, 11, 12, 13 et 14 septembre 1936: rapports. Bestuur van het Zeewezen: Oostende. 583 pp.
  • (1956). Huidige toestand en problemen van de Belgische zeevisserij, Tijdschrift voor Documentatie en Voorlichting Nationale Bank België, 31ste Jaargang, Deel I, Nr 1, Januari 1956, pp. 12-17.